De Border Collie

De Border Collie stamt uit het grensgebied tussen Schotland en Engeland (Border is grens). De herkomst en betekenis van het woord "Collie"is onzeker.

HISTORIE VAN HET RAS

Voordat de border collie,  Border Collie werd, had hij vele verschillende namen, nl. Working Collie, Old-Fashioned Collie, Farm Collie en English Collie.

Al in het jaar 943 zou het ras beschreven worden door Hywel Dda ("Hywel de goede", koning van Wales, bekend door het schrijven van wetten). Deze Hywel beschrijft een zwarte herdershond die een kudde schapen meeneemt om te grazen in de heuvels en die 's avonds met de kudde weer naar huis komt.

De eerst bekende keer dat een hond werd genoemd die de kwaliteiten vertoonde en de werkzaamheden verrichtte van de huidige border collie was in 1570 door Dr. John Caius. In De Canibus Britannicis (Vertaling “Of English Dogges” 1576) maakt Caius een verdeling van de 25 dan bekende honden in vijf categorieën. In de vierde categorie, gewijd aan boerderij-honden maakt hij melding van de Shepherd’s Dogge (Canis pastoralis). Caius omschrijft de hond als volgt:

 ‘Our shepherdes dogge is not huge, vaste, and bigge, but of an indifferent stature and growth’

  ‘This dogge either at the hearing of his masters voyce, or at the wagging and whisteling in his fist, or at his shrill and horse hissing bringeth the wandring weathers and straying sheepe, into the selfe same place where his masters will and wishe, is to have thë, wherby the shepherd reapeth this benefite, namely, that with litle labour and no toyle or moving of his feete he may rule and guide his flocke, according to his owne desire, either to have them go forward, or to stand still, or to drawe backward, or to turne this way, or to take that way.’

 In 1790 schreef Thomas Bewick in ‘ A General History of Quadrupeds’ onder meer het volgende:

‘This useful animal, ever faithful to his charge, reigns at the head of the flock; where it is better heard, and more attended to, than even the voice of the shepherd. Safety, order, discipline, are the fruits of his vigilance and activity.’

Was deze Sheperd’s Dog, hoewel hij zoals we hierboven kunnen lezen, al wel de echte border collie eigenschappen had, al de border collie zoals wij hem kennen? Waarschijnlijk niet. In zeer oude tijden werden de eerste herdershonden al door de Romeinen naar Engeland meegenomen. De Vikingen brachten hun eigen Scandinavische Spitz honden mee, die oorspronkelijk werden gebruikt om rendieren te hoeden. Deze honden werden op eigenschappen gemengd met de al aanwezige honden, zoals bijvoorbeeld ook de Alt Deutscher Kuli. Fokken was simpel. Een boer zag een hond met de juiste hoed- en drijf- talenten en gebruikte hem vervolgens om puppies te krijgen.

Bij fokken werd uiteraard wel rekening gehouden met de omstandigheden van het land waarop een hond moest werken. In heuvelachtige gebieden had men anders gebouwde honden nodig dan op vlak land. In de grensgebieden (borders) tussen Schotland en het noorden van Engeland ontwikkelde zich uiteindelijk de Border Collie zoals wij die kennen. Omdat men halverwege de 19 e eeuw tijdens de industrialisatie steeds grotere kuddes ging houden, was het hebben van een of meerdere goede honden van groot belang. Het testen van de kwaliteiten van de hond gebeurde tijdens trials (to try – uitproberen) in een voor iedere deelnemende hond gelijke omgeving en onder gelijke omstandigheden. De eerste officieel vastgelegde Sheepdog Trial werd georganiseerd in Bala, Wales, in 1873. Doordat de best presterende honden tijdens de trials zeer gewild waren als fokhonden groeide langzaam een meer uniform uiterlijk van de honden.

In 1906 werd de International Sheepdog Society opgericht. Deze organisatie speelde en speelt nog een grote rol bij het handhaven van de kwaliteiten van de honden die bij haar zijn geregistreerd. In 1915 pas wordt de hond door James Reid van de ISDS 'Border Collie' genoemd.

Als stamhond van heel veel border collies wordt Old Hemp genoemd. Deze reu werd gefokt door Adam Telfer uit Northumberland in 1893. Zijn ouders waren beiden zeer verschillend. Vader was een driekleur met weinig “Eye” maar groot werkvermogen. Moeder was zwart met erg veel “Eye”. Old Hemp was een krachtige, toegewijde werkhond. Hij werd vader van meer dan 200 puppies en er wordt gezegd dat hij model is voor de moderne Border Collie. Hij stierf in 1901.

Een ander model voor de huidige Border Collie was Winston Cap (1963-1979), gefokt uit de lijnen van J.M. Wilson. Veel van zijn nakomelingen werden Cap genoemd. Hij is de meest gebruikte fokreu in de geschiedenis van het ras. Meer dan 95% van alle Border Collies heeft Winston Cap in zijn of haar stamboom.

Toch werd pas in 1976, 400 jaar na het artikel van John Caius, de officiële rasstandaard voor de Border Collie opgesteld en door de FCI goedgekeurd. Nog steeds heeft de Border Collie vele verschillende verschijningsvormen. Wat telt is het grote hoed- en drijfvermogen, zijn intelligentie en een sterke “will to please”. Veel veranderd is er dus niet.

 

 

Old Hemp 1893- 1901

Winston Cap 1963-1979

De Border Collie is vooral bekend om zijn werk- en drijfvermogen bij kuddes schapen. De hond beschikt over  een instinct om wegrennende kudde dieren in te halen en af te stoppen. Zijn blik heeft een intensiteit waardoor hij de dieren aanstaart en onder controle houdt. Het zogenaamde "eyen". Daarnaast is de Border Collie erg gehoorzaam en wil graag met zijn baas werken "will to please" Een Border Collie wordt niet vanzelf een all-round schapendrijver. Veel aanleg heeft het ras wel maar ook hier gaan veel uurtjes training inzitten. Voordat de hond en de handler ( de baas tijdens het werk) alle commando's onder de knie heeft blijft de training belangrijk. Dit betekent niet dat het africhten en gehoorzamen een fluitje van een cent is.

 Een Border Collie leert makkelijk, dus ook de eventuele verkeerde dingen zoals andere honden, kleine kinderen, fietsers en zelfs auto's drijven. Krijgen zij onvoldoende de gelegenheid om te drijven en/ of te sporten dan kan de hond zich gaan vervelen. Het gevolg hiervan kan zijn vernielzucht in huis, onophoudelijk blaffen en uiteindelijk  heeft u een ongelukkige en zenuwachtige hond!  De Border Collie is beslist geen "luie mensen" hond .

Met de Border Collie kunnen heel veel andere sporten bedreven worden. Niet elke Border Collie eigenaar beschikt over een wei met schapen. Enkele andere sporten zijn: Obedience, Agility, Flyball, Ringtrainingen voor shows.

Wanneer u overweegt een Border Collie aan te schaffen, bedenk dan wel dat u een hond neemt die generaties lang gefokt is om te werken! De Border Collie is niet alleen gebaat bij lichamelijke inspanningen zoals wandelen en fietsen. Hij wil daarnaast graag geestelijke inspanningen Informeer dan ook eerst bij een goede KC Hondenclub bij u in de buurt wat er zoal aan sporten te leren zijn en of u er vooral tijd en regelmaat voor over heeft.  Ga eens een kijkje nemen zonder hond zodat u een beeld krijgt wat er verlangt wordt. Een puppy cursus is altijd belangrijk om te volgen. Het stimuleert de pup en de baas om samen aan een leven te beginnen vol voldoening.

 

               

Djill op de puppy-cursus

Afkoeling in de warmte

Rasstandaard van de Border Collie

Karakter : De Border mag niet zenuwachtig of agressief zijn, maar moet levendig,oplettend,scherp reageren en intelligent zijn.

Algemene verschijning: Moet zijn van een evenredige hond, het silhouet moet kwaliteit,sierlijkheid en fraaie harmonie vertonen, samen met voldoende substantie, waardoor de indruk wordt gewekt dat het dier in staat is gedurende lange tijd ijverig zijn plicht te doen. Iedere neiging naar grofheid of zwakte moet als ongewenst worden aangemerkt.

Hoofd en Schedel: Schedel tamelijk breed zonder uitstekende achterhoofdsknobbel. De wangen mogen niet zwaar of bolvormig zijn. De naar de neuspunt versmallende voorsnuit moet matig kort en krachtig zijn. Schedel en voorsnuit zijn bijna even lang. Zwarte neus, behalve wanneer het een bruine hond betreft; dan mag de neuskleur bruin zijn. Goed ontwikkelde neusgaten. Stop duidelijk aanwezig.

Ogen: De ogen moeten ver uiteen staan, ovaal van vorm en donkerbruin, behalve bij Blue Merles waar een of beide ogen geheel of gedeeltelijk blauw mogen zijn. De uitdrukking moet zacht, levendig, alert en verstandig zijn.

Oren: De oren zijn middelmatig groot en matig dik. Ze worden rechtopstaand of half opgericht en ver uit elkaar gedragen en zijn zeer beweeglijk.

Gebit: De tanden moeten sterk zijn, perfect en compleet scharen. De bovensnijtanden moeten vlak voor de ondertanden staan en de tanden moeten recht in de kaken staan.

 Hals: De hals moet van goede lengte zijn, Krachtig en gespierd zonder overdrijving en iets gebogen en breder worden naar de schouders.

Voorhand: De voorbenen staan van voren gezien evenwijdig, de middenvoeten staan van terzijde gezien iets schuin naar voren. Het bot moet rond en sterk zijn, maar niet zwaar. Schouders goed schuin geplaatst en de ellebogen goed aangesloten.

Lichaam: Atletische verschijning, de ribben goed gebogen, diepe en tamelijk brede borstkas. De rug moet breed en sterk zijn, met brede gespierde lendenen. Het lichaam is iets langer dan de hoogte van de schouder.

Achterhand: Moet breed en gespierd zijn, het kruis verloopt vloeiend naar de staartwortel. De dijen moeten lang, diep en goed gespierd zijn. Goed gebogen knieën en krachtige sprongen, die laag geplaatst moeten zijn. De achtermiddenvoeten moeten goede botten hebben en van achteren gezien evenwijdig lopen.

Voeten: Ovaal van vorm, dikke, sterke voetzolen. Tenen matig gebogen en goed aangesloten. Sterke korte nagels.

Staart: De staart moet matig lang zijn, de wervels reikend tot de hak. De staartpunt licht naar boven gebogen. Tijdens opwinding mag de staart worden opgeheven, maar nooit over de rug gedragen worden.

Vacht: Typen lang-, halflang- en kortharige. De bovenvacht moet weerbestendig zijn. De halflangharige en langharige bezitten overvloedige beharing aan hals, broek en staart.

Kleur: Alle mogelijke kleurvariaties zijn toegestaan, maar het wit mag nooit overheersen.

Grootte: Schofthoogte voor reuen ongeveer 53 cm. Teven iets kleiner.

Reuen: Deze moeten twee duidelijk ontwikkelde testikels bezitten, die geheel in het scrotum zijn ingedaald.